Richtlijnen Aanvraag vrijstelling van geregeld schoolbezoek 
artikel 11 onder f of artikel 11 onder g van de Leerplichtwet 1969



1. Vakantieverlof

Een verzoek om vakantieverlof op grond van artikel 13a van de Leerplichtwet 1969, dient minimaal acht weken van tevoren bij de directie van de school te worden ingediend. 
Vakantieverlof is geen recht. Wanneer een van beide ouder(s) / verzorger(s) een beroep heeft of een bedrijf runt (Het gaat hierbij om seizoensgebonden arbeid), waardoor vakantie tijdens de vastgestelde vakantieperiodes niet mogelijk is, kunnen ouder(s) / verzorger(s) bij de school vakantieverlof aanvragen.

Voor vakantieverlof gelden de volgende regels:

  • De ouder(s) / verzorger(s) moeten het verzoek richten aan de directie van de school;
  • De ouder(s) / verzorger(s) moeten bij hun aanvraag een werkgeversverklaring overleggen waaruit blijkt dat vakantie alleen mogelijk is buiten de schoolvakanties;
  • De directie beslist over het al dan niet toekennen van het verlof;
  • De directie mag een leerling slechts éénmaal per schooljaar vakantieverlof verlenen;
  • Het vakantieverlof mag niet langer duren dan tien schooldagen;
  • Het vakantieverlof mag niet plaatsvinden in de eerste twee weken van het nieuwe schooljaar;
  • Redenen als verkeersdrukte, boekingsmogelijkheden, goedkopere tarieven, vluchtschema's etc. komen niet in aanmerking voor extra dagen verlof.


2. Gewichtige omstandigheden tien schooldagen of minder per schooljaar 

Een verzoek om extra verlof wegens gewichtige omstandigheden op grond van artikel 14, lid 1 van de Leerplichtwet 1969 voor tien schooldagen of minder, dient vooraf of binnen twee dagen na het ontstaan van de verhindering bij de directie te worden ingediend.

Het verlof kan worden verleend:

  • voor het voldoen aan een wettelijke verplichting, voor zover dit niet buiten de lesuren kan geschieden;
  • voor een verhuizing (maximaal één dag);
  • voor een huwelijk van bloed- of aanverwanten t/m de derde graad binnen de woonplaats (maximaal één dag);
  • voor een huwelijk van bloed- of aanverwanten t/m de derde graad buiten de woonplaats (maximaal twee dagen);
  • bij ernstige ziekte van bloed- of aanverwanten t/m de derde graad (periode in overleg met de directie);
  • bij overlijden van bloed- of aanverwanten in de eerste graad (maximaal vier dagen);
  • bij overlijden van bloed- of aanverwanten in de tweede graad (maximaal twee dagen);
  • bij overlijden van bloed- of aanverwanten in de derde/vierde graad (maximaal één dag);
  • bij 25-, 40- en 50-jarig ambtsjubileum en het 12½ -, 25-, 40-, 50- en 60-jarig huwelijksjubileum van grootouders of ouder(s) / verzorger(s) (maximaal één dag);
  • voor andere naar het oordeel van de directie belangrijke reden, met uitzondering van vakantieverlof.


3. Gewichtige omstandigheden meer dan tien schooldagen per schooljaar


Een verzoek om extra verlof wegens gewichtige omstandigheden op grond van artikel 14, lid 3 van de Leerplichtwet 1969 voor meer dan tien schooldagen, dient minimaal een maand van tevoren bij de directie te worden ingediend.

Het gaat hierbij om omstandigheden waarbij sprake is van een medische en/of een sociale indicatie. Het verlof kan worden verleend, indien de ouder(s) / verzorger(s) een verklaring van een arts of maatschappelijk werker kunnen overleggen, waaruit blijkt dat verlof noodzakelijk is op grond van medische en/of sociale omstandigheden van één van de gezinsleden.

De directie legt het verzoek voor aan de leerplichtambtenaar van de woongemeente van de leerling. Deze hoort de ouder(s) / verzorger(s) en neemt een besluit dat schriftelijk wordt meegedeeld aan directie en ouder(s) / verzorger(s).